Het kan zijn dat je praktisch bent ingesteld. Je zit niet graag in de schoolbanken, maar werkt liever met je handen of met gereedschap. Je leert dan ook het best door te doen, door iets uit te proberen en opnieuw te proberen totdat het lukt. Maar misschien ben je juist theoretisch ingesteld. Jij vindt lezen, leren vanuit boeken en schrijfwerk juist wel leuk. Iedereen leert op een andere manier en heeft andere kwaliteiten.
Daarom zijn er drie leerwegen in het vmbo die passen bij de verschillende leerstijlen en capaciteiten:
De theoretische leerweg is geschikt voor jou wanneer je meer theoretisch bent ingesteld. Deze leerweg geeft je de mogelijkheid door te stromen naar het mbo niveau 4 of naar de havo. In leerjaar 3 volg je een breed vakkenpakket van 16 verplichte vakken, zodat je aan het eind van leerjaar 3 een goede keuze kunt maken voor leerjaar 4. Naast de verplichte vakken heb je de mogelijkheid te kiezen voor de examenvakken KV2 (kunstvakken) en LO2 (lichamelijke opvoeding).
Wil je doorstromen naar de havo dan kies je in het vierde leerjaar voor de theoretische leerweg plus. Je volgt een extra examenvak en masterclasses om je voor te bereiden op de overstap naar de havo. Masterclass certificaten geven naast het diploma theoretische leerweg toegang tot de havo.
Deze leerweg is bestemd voor praktisch ingestelde kinderen.
Behalve algemene vakken krijg je een beroepsgericht programma van 10 uur per week. Daarin oefen je praktische beroepsvaardigheden voor een bepaalde bedrijfstak of sector. Je krijgt dan de theorie die bij de beroepsvakken hoort. De theoretische en de kaderberoepsgerichte leerweg zijn verschillend ingevuld, meer praktisch of juist meer theoretisch. Maar ze verschillen niet veel in moeilijkheidsgraad en ze bieden dezelfde doorstroommogelijkheden naar het mbo.
Deze leerweg is minder zwaar dan de andere leerwegen en bereidt voor op een mbo-opleiding van een lichter niveau. De basisberoepsgerichte leerweg is iets voor jou als je heel praktisch ingesteld bent en als je na het vmbo niet lang wilt doorleren, maar zo snel mogelijk een vak wilt uitoefenen. Het beroepsgerichte programma heeft een omvang van minimaal tien uur per week. In dat programma oefen je in praktische beroepsvaardigheden voor een bepaalde bedrijfstak of sector en krijg je eenvoudige theorie die bij de beroepsvakken hoort. Je leert de theorie in de praktijk.
Ook bieden wij leerwegondersteunend onderwijs. Dit onderwijs steekt in op het niveau van de basisberoepsgerichte leerweg. Ook kun je het leerwerktraject of de assistentenleerweg volgen. Bij deze leerroutes loop je meerdere dagen stage. Kun je niet alle vakken op het niveau van de basisberoepsgerichte leerweg aan, dan kunnen we een aangepast programma aanbieden. Je haalt dan geen diploma maar een portfolio met deelcertificaten waarmee je toelaatbaar bent in niveau 1 en 2 opleidingen in het mbo.
Naast het kiezen van een leerweg kies je bij ons ook al globaal wat je later wilt worden. We onderscheiden daarbij drie hoofdrichtingen, die we sectoren noemen. De sectoren sluiten aan bij de vervolgopleidingen van het mbo.
De sectoren zijn: Techniek, Zorg en Welzijn en Economie.





